Het Fonds voor de Letteren heeft de subsidietoekenning voor
Geerten Meijsings essaybundel Stukwerk opnieuw onder de loep
genomen - en in orde bevonden. Directeur Sylvia Dornseiffer liet
vorige week in De Volkskrant weten dat men zou onderzoeken of de
subsidie terecht was toegekend, naar aanleiding van een stuk van
Arjan Peters in die krant. Volgens hem is Stukwerk een
essaybundel die bij verschijnen in 2006 bleek te bestaan uit
oude stukken, die de op Sicilië verblijvende schrijver door een
ander bijeen heeft laten sprokkelen. Dat Meijsing niet ál het
werk voor Stukwerk zelf heeft gedaan, blijkt ook uit het boek
zelf waarin Gerben Wynia, wordt bedankt voor zijn speurwerk naar
verdwenen teksten. Maar volgens Wynia was zijn bemoeienis gering:
Ik houd al jaren het werk van Meijsing precies bij. Bij het
maken van Stukwerk heb ik hem een paar keer geholpen met het
terugvinden van stukken. Met de teksten zelf heeft hij niets te
maken gehad. Vijf jaar geleden stelde Wynia wel Meijsings bundel
Stucwerk samen.
Opmerkelijk is dat het boek zelf door het Fonds voor de Letteren
niet is betrokken bij het onderzoek. Ad Verkuijlen, coördinator
oorspronkelijk werk bij het Fonds: We hebben het oude werkplan
erbij gepakt. Daarin is geen enkele reden gevonden om deze
werkbeursafwikkeling op stel en sprong anders te gaan behandelen.
Aan controle achteraf doet het fonds niet, legt Verkuijlen uit.
In 99,9 procent van de gevallen wordt er bij een volgend boek
een nieuwe aanvraag ingediend. Zoals bij iedere auteur zal ook
bij een nieuwe aanvraag van de heer Meijsing bezien worden of
hij met Stukwerk aan de verwachtingen heeft voldaan.
Volgens Meijsings uitgever Plien van Albada van Balans is
Stukwerk het literaire levensverhaal van de auteur. Hij zelf
stelde het boek samen. Hij schreef er nieuwe stukken voor, en
herschreef oudere stukken op een dusdanige wijze, dat er een
duidelijke samenhang ontstond.
Wat met films kan, moet met boeken ook kunnen, dacht Michael van
Eekeren toen hij zijn boek Man bijna af had. Ik wil dat heel
veel mensen mijn verhaal lezen. Maar het publiciteitsbudget van
uitgeverijen voor debuten is nul. Hij werd beheerder van een
Commanditaire Vennootschap (CV), een juridische constructie
waarbinnen investeerders met beperkt risico een project kunnen
financieren en delen in de winst. Een constructie die voor het
financieren van speelfilms veel wordt gebruikt. Volgens Van
Eekeren werden de reizen van VOC-schepen ook met een CV
gefinancierd. Of ze leden schipbreuk, óf ze kwamen terug met een
enorme winst. Vandaar deze constructie, vertelt hij. Als ik het
verpruts, is iemand alleen zijn investering kwijt. Voor 5000
euro kan men een zogenaamde participatie kopen in het totale
budget van 105.000 euro. De helft is inmiddels binnen. Daarvan
betaalde hij onder andere een reclamebureau en pr-man Kay van de
Linde.
Man is het semi-autobiografische verhaal van de musicoloog Van
Eekeren. De hoofdpersoon heeft al 388 dagen geen seks meer met
zijn vrouw gehad. Op 7 november wordt het boek gepresenteerd.
|